Aṣṭāvakra Gītā – Hoofdstuk 1 – Zelfrealisatie

Click here to listen on YouTube

Click here to listen on Spotify

Click here to listen on X

Vers 1-1: [Janaka:] Heer kunt u me uitleggen hoe ik wijsheid kan verwerven? Hoe ik tot bevrijding kan komen? Hoe ik me kan onthechten uit de wereld van zintuigelijk genot?

Vers 1-2: [Astavakra:] Mijn Zoon, wanneer je tot bevrijding wilt komen, moet je het gif van de zintuigen vermijden. Drink de nectar van geduld en vergevingsgezindheid, oprechtheid, mededogen, tevredenheid, waarheid.

Vers 1-3: Besef dat jij noch aarde, noch vuur, noch water, noch lucht, nog ruimte bent. Tot bevrijding komen wil zeggen dat je beseft dat je Puur Bewustzijn bent – het Ene Zelf. Dat je de getuige hiervan bent. Wanneer je dat realiseert, bevrijd je jezelf.

Vers 1-4: Wanneer je de identificatie met het lichaam opgeeft en zo boven je lichaam uitstijgt, zal je beseffen dat je louter bewustzijn bent. Door dit besef zal je spontaan in het NU gelukkig zijn. Innerlijk vredig. Voor altijd van alle ketens bevrijd.

Vers 1-5: Je zal beseffen dat je tot geen enkele kaste behoort. En dat de levensfase waarin je je bevindt geen enkele verplichting inhoudt. Dat je niet geconditioneerd bent door je zintuigen. Dat je ongebonden, zonder vorm, bent. Bevrijd van gehechtheden, ben je de getuige van alles. Dit besef maakt je gelukkig.

Vers 1-6: Goed en slecht, vreugde en verdriet zijn producten van de geest. Zij zijn niet jouw zorg. Jij bent niet de doener, noch de genieter. Jij bent overal: Jij bent vrij. Altijd vrij. Volkomen vrij.

Vers 1-7: Jij bent voor altijd vrij. Jij bent de complete, ondeelbare getuige van al wat is. Gehectheid, gebondenheid, onvrijheid, wordt slechts jouw persoonlijke keten wanneer je jezelf identificeert als separaat van het geheel.

Vers 1-8: De gedachte dat jij de doener bent voelt aan alsof je gebeten bent door de giftige zware slang van zelfzucht. De gedachte daarentegen dat jij niet de doener bent, smaakt als nectar. Laaf je eraan. En wees gelukkig.